Mijn ocs begon zich reeds als kind te ontwikkelen. Ik moest de kraan controleren. Ik was ook erg angstig om te verdwalen toen we op reis wandelingen maakten.Als 16- jarige behaalde ik mijn rijbewijs voor de bromfiets. Ik ‘moest’ steeds aandachtig naar de grond kijken. Later behaalde ik mijn rijbewijs B. Ik heb enkele jaren rondgereden zonder veel problemen, maar moest steeds vaker en steeds meer controleren of er niets was gebeurd. Uiteindelijk moest overal waar ik gereden had, gecontroleerd worden.

Autorijden lukte niet meer, met de fiets kreeg ik hetzelfde probleem, tot te voet toe. Alles werd uiteindelijk ook gefotografeerd, voetpaden, zebrapaden, tot de dorpel toe! Ondertussen nam ik medicatie en ging in behandeling in het lokale Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). De eerste grote opdracht was het afbouwen van de controlefoto’s. Dankzij de bekwame hulp van de psychologe in het CGG lukte dit in enkele maanden volledig. De psychiater zei: “het is zolang gegaan zonder foto’s, het zal ook weer moeten gaan zonder foto’s”.

Een hele periode was het beter, tot nieuwe symptomen opdoken: angst voor gasgeur, rookgeur, alarmen die afgaan (brandalarm?), problemen op het strand om naar de zee te kijken (zee is volop in beweging, mensen zwemmen, duiken, …).k ging opnieuw in therapie in het CGG bij een zeer goede psycholoog. Hij ging zelfs mee naar de zeedijk en ook deden we samen een fietstochtje. Ik schuwde de moeilijke vragen niet en hij heeft me goed geholpen. Nu werk ik deeltijds met toestemming van de adviserende arts en kan ik me tamelijk normaal buitenshuis begeven. Ik neem het openbaar vervoer, ga te voet en heb sinds vorig jaar weer een fiets waarmee ik op kalme plekken kan rijden zonder te moeten controleren .

Ik kamp jammer genoeg ook met zeer veel andere uitdagingen die mijn situatie nog complexer maken. Ik kan enkel de raad geven dat professionele hulp een absolute must is. Zij kunnen en zullen je helpen!

Jan (pseudoniem)

Ik heb jaren fel geleden onder mijn ziekte OCS. Het waren vooral dwanggedachten en dan handelingen.

Echt terrreur in mijn hoofd. Mijn vrouw heeft mij verlaten en zo was ik heel alleen… ik had steun van mijn familie maar op den duur konden ze ook niet meer want wie begrijpt die ziekte ?

Een opname was noodzakelijk want ik zat toen ook met een depressie, drankmisbruik en dwang en ik miste enorm mijn kinderen… Op zo’n moment zie je het niet meer zitten maar, toch heb ik teruggevochten! Met de hulp van een uitstekende psychiater en psycholoog en mijn tweede vrouw die wel mijn ziekte begreep ben ik uit een heel diep dal gekropen, en hoe !! Ik heb nu nog een lieve dochter met mijn tweede vrouw Jenny en twee fantastische kinderen uit mijn eerste huwelijk.

Het resultaat is dat ik nu GEEN last meer heb van dwang! En dat komt omdat ik de moed heb gehad om ervoor te vechten ! Waar een wil is ,is een weg! Met medicatie alleen lukt het niet, je moet gedragstherapie volgen en volhouden, hoe zwaar het ook is ! Ze willen allemaal genezen maar velen doen geen inspanning ! Ik heb zelf al aan mensen adressen gegeven van goeie specialisten  voor hun ocs-ziekte en weet je wat ze antwoorden?   Je denkt toch niet dat ik zo ver zal gaan om die dokter te raadplegen…inderdaad, de afstand is te ver! Of ze gaan één keer en dan krijg ik een heleboel kritiek van, die dokter bevalt me niet, of ik moet oefeningen doen maar ik heb daarvoor geen tijd!  Velen steken zich in een slachtoffersrol, ik ben ziek en een ander moet altijd klaarstaan voor mij !

OCS is zekers te behandelen en te genezen  voor 90 %. Met goeie medicatie, therapie en vooral, JE MOET ER ZELF IN GELOVEN!! Ik ken er zelf die kruiden nemen of homeopathie, sorry, maar dan je nog beter op bedevaart gaan!

Je zal heel je leven moeten medicatie slikken, maar als je goed bent en normaal kunt functioneren is dat toch niet erg? Het gaat hier nog altijd over een NEUROSE, we verliezen de band niet met de werkelijkheid. Mensen met een PSYCHOSE  verliezen wel de band met de werkelijkheid ! Wij hebben OCS maar we zijn niet gek!

Schaamtegevoelens over je ziekte hebben is normaal, maar het heeft geen zin! Begin met die schuldgevoelens overboord te gooien en zeg: Yes, I Can!!

Arnie, al lang verlost van die vreselijke dwangduivel! Mijn zenuwarts zei onlangs tegen mij : je zou een boek moeten schrijven over uw dwang en ervaring en hoe je hebt teruggevochten, het wordt een bestseller!!

Vergeet niet dat 1 op 40 mensen met een dwangstoornis zit !!

Veel sterkte aan iedereen en ER IS EEN UITWEG !!

Arnie

’s Avonds na het werk rijd ik naar huis. Ik zie een prachtige woning, kijk kort even opzij en rijd tegelijkertijd over een onregelmatigheid in het wegdek. Elk rationeel redenerend persoon weet dat dit een putje, steentje of een putdeksel is.
Mijn brein gaat meteen in alarmmodus en denkt dat ik een persoon of dier heb aangereden. Mijn spanningsniveau stijgt aanzienlijk. Er komen meteen beelden in mij op van een zwaargewond persoon of een lijdend dier dat in de gracht ligt. Ik moet kijken in de achteruitkijkspiegel of alles in orde is.
Gezien het al wat donker is geworden, wil ik toch nog een tweede keer kijken of ik het wel helemaal goed heb gezien. En opnieuw rijd ik over een putje in het wegdek. Het hele proces van impuls tot compulsie begint opnieuw.
Quasi elke onverwachte onregelmatigheid in het wegdek staat voor mij gelijk aan een potentiële aanrijding. De spanning stijgt af en toe tot een zo’n hoog niveau dat ik móet terugkeren met de auto (tegen wil en dank) om er helemaal zeker van te zijn dat ik niks fout heb gedaan. Doe ik dit niet, kan ik aan niks anders denken en blijf ik de hele avond heel erg gespannen. Als ik dan nog eens een sirene van een politiewagen hoor, denk ik: “Ja, ze komen me vertellen wat voor vreselijks ik heb gedaan. Ze gaan me van mijn vrijheid beroven. Dit is mijn verdiende loon.”

Dit is een van de vele voorbeelden van de controledwang waarmee ik dagelijks geconfronteerd wordt. Daarnaast controleer ik ontzettend veel andere zaken, bijvoorbeeld: ramen, deuren, lichten, kranen, kaarsen, kookvuur, oven of de koelkast. Elk onderdeel heeft zijn eigen obsessies (dwanggedachten / negatieve betekenissen) en compulsies (dwanghandelingen).

Sinds de coronapandemie is er dan nog smetvrees bijgekomen. Ik moet mijn handen zo’n 15 tot 20 keer per dag wassen en elke wasbeurt duurt gemakkelijk 60 seconden.
Tijdens de winter zijn mijn handen niet om aan te zien. Compleet uitgedroogd en knalrood van de kou en de droogte.

Al 13 jaar leef ik met een onaangename metgezel die me – ongevraagd – voor alles waarschuwt en alles in vraag stelt. De OCD begon zich te manifesteren in mijn privéleven maar breidde zich verder uit in mijn schoolcarrière en mijn professionele leven.

Mijn OCD knaagt aan mijn zelfzekerheid.

Het voelt alsof je, zowel fysiek als mentaal, opgesloten zit. Mentaal omdat het zoveel van je mentale kracht opslorpt. Fysiek omdat je verplicht wordt om bepaalde handelingen te stellen om de spanning te doen dalen, je je dag zodanig structureert in functie van je dwang of bepaalde situaties begint te vermijden om niet met de spanning en de dwang in aanraking te komen.
Kortom, je wordt beperkt in je levensvrijheid en het voelt alsof iemand anders aan het roer van jouw leven staat.

Thibault G. – 26 jaar

Het was rond de eeuwwisseling. Als prille dertiger (toen) begonnen angst en dwang zich stilaan in mij te nestelen. Gasmeters, watertellers en electriciteitsverbruikmeters werden een obsessie. Ik was ervan overtuigd dat we in huis met lekken zaten en dus oeverloos veel zouden betalen aan energie. Daarbij ook , na het wegnemen van een grote geboortevlek, wat obsessie met mijn huid en eventuele kwaadaardige vlekjes. Het werd onleefbaar, maar een “pilletje’ bracht soelaas. Een kleine 20 jaar was ik goed. Tot in 2019. Onverklaarbaar maakt angst en obsessie om kanker te krijgen zich van mij meester. Met ups en downs gaan 5 jaar voorbij. Het ‘pilletje’ nam ik nog steeds, maar een individuele gedragstherapie werd evenzeer nodig. Het hielp allemaal een beetje, maar in essentie bleef OCD mijn leven té veel bepalen.

Functioneren op het werk lukte nog, plezier hebben in mijn hobby’s ook. Maar als obsessies en dwang je ruim 5 uur per dag bezig houden , dan is er echt iets loos. Een stout vogeltje op mijn schouder fluistert me te pas en te onpas in dat deze of dit vlekje op mijn huid kanker is. Iets voelen in de mond (en vaak er zelf naar op zoek gaan zonder dat ik iets voel) is meteen paniek want misschien is dit mondkanker…. Stress, onrust, nervositeit, alsmaar controleren en geruststelling vragen. Wekelijkse bezoeken aan de huisarts met steeds dezelfde vragen. De controle werkt averechts en voedt de dwang om nog maar eens te controleren.

En dan toch, op aandringen van de partner, het ‘pilletje’ eens her-evalueren. De psychiater reageert snel en adequaat. De medicatie verandert (een ander pilletje, minder bijwerkingen en ‘moderner’). Maar ze zegt er meteen bij dat dit niet voldoende is. Mijn gedrag en omgang met gedachten die obsessies worden , moet veranderen. ERP wordt voorgesteld. Exposure Respons Preventie. Boem ! En ik ben een gelukzak, de kans biedt zich aan om in groepstherapie te gaan met gelijkaardige OCD-patiënten. Ze zouden als snel’ compagnons-de-route’ worden. Hun angst en dwang zijn anders maar de insteek is dezelfde. Overschatting van gevaar, overschatting van verantwoordelijkheid en niet kunnen aanvaarden van onzekerheid is deel van ons leven.

We zijn op weg, luisteren naar elkaar en geven tips. De psychoog en psychiater leveren uitstekend werk. Hoedje af. En ik (en wij) …gaan ervoor.

Willem G. (pseudoniem)