Wat is OCD?
Een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS, meestal afgekort als OCD naar het Engelse Obsessive Compulsive Disorder), vaak beter bekend als ‘dwangstoornis’ komt bij 2 – 2.5% van de bevolking voor (levensprevalentie).
Het is de 4de meest voorkomende psychiatrische aandoening in landen met hoge inkomens, maar tot op vandaag is OCS niet goed gekend in de maatschappij en bij sommige hulpverleners, wat er mee voor zorgt dat OCS vaak lang onder de radar blijft. De gemiddelde tijd tussen het ontstaan van OCS en het krijgen van een formele diagnose is 11 jaar en in sommige studies loopt dit zelfs op tot 18 jaar. Ook de ervaren schaamte bij mensen met OCS over de bizarre inhoud, zinloosheid en uitgebreid van rituelen zorgt dat er niet snel over gesproken wordt, waardoor de diagnose pas laat gesteld wordt.
OCS wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van obsessies en compulsies.
Obsessies ofwel dwanggedachten zijn terugkerende en aanhoudende gedachten, impulsen of voorstellingen, die zeer opdringend, intrusief en ongewenst kunnen zijn. Het opdringende karakter van deze obsessies komt van binnenuit: ‘je voelt je innerlijk gedwongen tot bepaalde gedachten, voorstellingen, …’. De gedachten zijn intrusief, ofwel opdringerig en worden als storend ervaren.

Er zijn 4 grote categorieën binnen de obsessies: smetvrees is het best gekende subtype en komt bij meer dan de helft van de mensen met OCS voor, daarnaast heb je obsessies rond symmetrie, angst voor dreigend onheil en het minst gekend zijn de verboden of taboegedachten, bv de angst om iemand met een mes neer te steken of de voorstelling iemand van de trap te gooien. Een voorbeeld over “dreigend onheil” is de angst om iemand met de auto aangereden te hebben (in het engels heet dit “Hit and Run OCD“). Natuurlijk heeft dit niets te maken met hetgeen in de realiteit maar al te vaak gebeurt, namelijk vluchtmisdrijf.
Daarnaast zijn er nog veel andere soorten obsessies, zoals de noodzaak om te weten en te herinneren, vrees niet precies het juiste te zeggen, (on)geluksgetallen, religieuze obsessies, twijfel rond geaardheid of rond het feit dwang te hebben (‘imposter OCD’), somatische obsessies (bezorgdheid over gezondheid of het hebben van een ziekte), ‘scrupulosity-OCD’ (obsessieve vorm van moraliteit), enz.
Obsessies zijn dus hardnekkige belevingen die onrustig maken, ze roepen vaak enorme spanning, angst of ongemak op. Bij obsessies wordt vaak gedacht dat deze vooral angst veroorzaken, bv de angst om besmet te raken of de angst dat het huis zal afbranden door nalatigheid, maar daarnaast kan ook een spanning ontstaan, die niet angstig van karakter is. Zo ervaren sommige mensen eerder een gevoel dat iets niet goed aanvoelt, niet klopt, ook wel “not just right feelings” genoemd. Dit gevoel kan je vergelijken met het gevoel dat je krijgt als je merkt dat een schilderij scheeft hangt, hierbij kan je de neiging voelen om dit schilderij recht te hangen.
Ook mensen met smetvrees kunnen “not just right feelings” ervaren, waarbij ze bv het gevoel hebben dat hun handen niet ‘schoon’ of ‘net’ voelen, zonder dat ze effectief vuil zijn en in een reactie hierop hun handen wassen tot het terug goed voelt, dit fenomeen komt bij 65% van de patiënten met dwang voor. Naast angst en “just right” percepties kan ook een gevoel van walging voor viezigheid op de voorgrond staan bij bv smetvrees of kan er ook onrust zijn over iets dat niet in orde, niet perfect, niet volledig is (“feelings of incompleteness”).
Meestal hebben mensen een uitstekend inzicht in de overdrevenheid en zinloosheid van hun dwangverschijnselen, maar als mensen een ernstige episode van OCS doormaken kan dit inzicht sterk afnemen, waarbij het onderscheid met een waan sterk vervaagd. Hierbij spreekt men dan van een dwangstoornis met ontbrekend realiteitsbesef/ waanovertuigingen (iemand is ervan overtuigd dat de opvattingen waar zijn).

Compulsies (of dwanghandelingen) zijn handelingen die erop gericht zijn om de onrust weg te nemen. Dit zijn vaak repetitieve handelingen, waarbij rituelen kunnen ontstaan. Hierbij kunnen we 3 grote subtypes onderscheiden, namelijk was-en poetscompulsies, controleerdwanghandelingen en het herhaaldelijk rangschikken of ordenen van voorwerpen. Andere voorkomende compulsies zijn: iets op een bepaalde manier neerleggen, afkloppen, alles moeten vertellen of opbiechten, dingen opnieuw moeten doen tot ze goed voelen bij bv overgangen zoals over drempels gaan, voortdurend lichamelijke processen, zoals ademen, oogknipperen, slikken, … in de gaten houden, enz.
Compulsies kunnen uiterlijk zichtbaar zijn (‘overte compulsies’), maar kunnen zich ook innerlijk afspelen (‘mentale compulsies’), zoals bidden, tellen, het opzeggen van bepaalde mantra’s, denken aan bepaalde “goede” gedachten, eindeloos in gedachen situaties nagaan wat je precies gedaan of gezegd hebt, eindeloos jezelf proberen geruststellen, vergeten dingen weer proberen herinneren, enz.
Compulsies kunnen een logische verhouding hebben tot obsessies (zoals smetvrees en wascompulsies), maar evenzeer kan er geen logische verhouding zijn, ook wel magische dwang genoemd (zoals op het goede getal moeten uitkomen om te voorkomen dat een familielid iets ergs overkomt). Ook het vragen van geruststelling, “ik heb de deur toch afgesloten?” wordt bij de compulsies gerekend. Naast de compulsies is vermijding ook vaak voorkomend, waarbij situaties uit de weg worden gegaan die dwangmatige onrust oproepen (zoals het niet aanraken van deurklinken, niet naar de winkel gaan, geen beslissingen nemen, geen messen gebruiken). Waar men vroeger dacht dat er ook dwang bestond waarbij mensen enkel obsessies hadden, weet men ondertussen dat (zo goed als) alle mensen zowel obsessies als compulsies hebben.
Diagnose
De diagnose OCS wordt gesteld als de obsessies of compulsies meer dan 1 uur per dag in beslag nemen, maar in de praktijk zien we dat mensen met OCS gemiddeld 6 uur per dag spenderen aan obsessies en 4,5 uren aan compulsies. De ernst van dwangklachten kan variëren. Bij mensen met OCS hebben ongeveer 2/3 matig ernstige symptomen en 1/3 ernstige symptomen, slechts 3% hebben milde symptomen. De meeste mensen leveren een onophoudelijke strijd tegen hun OCS en dwanggedachten gaan meestal gepaard met angst, onrust of spanning. OCS interfereert daardoor met de dagelijkse bezigheden van patiënten. Zo worden problemen ervaren binnen het huishoudelijk werk, tijdens de studies of op het werk, waardoor veel mensen niet het potentieel halen uit hun schoolse of academische capaciteiten. Bovendien zijn 30-60% van de mensen met OCS niet tewerkgesteld, wat leidt tot inkomensverlies. OCS heeft ook een belangrijke impact op relaties en in de thuiscontext gaan families zich vaak aanpassen aan de OCS omdat ze op die manier proberen de stress weg te nemen bij hun gezinslid met dwang door hen gerust te stellen, geruststellende rituelen uit te voeren (bv. controle van gas, licht, sloten), etc. Deze betrokkenheid wordt ‘accommodatie’ of ‘meedwangen’ genoemd en ondanks het feit dat dit op korte termijn zorgt voor afname van spanning, weet men dat dit een onderhoudender factor is voor OCS.
OCS veroorzaakt lijden en verstoort het welbevinden en de levenskwaliteit. Mensen met OCS hebben zeer vaak ook een andere psychiatrische aandoening. Vooral stemmingsstoornissen (bv. depressie) en angststoornissen komen veel voor. Daarnaast kunnen mensen ook een aan middelen gebonden stoornis ontwikkelen. Ook een samen optredende tic stoornis of een autisme spectrum stoornis (ASS) kunnen aanwezig zijn vanaf (zeer) jonge leeftijd. Dwangklachten ontstaan in twee perioden: OCS start vaak reeds tijdens de schoolperiode, met name zien we een piek in de kinderleeftijd (vooral jongens) en een tweede piek in de adolescentie. Er is een gelijke man/vrouw verdeling. De oorzaken van het ontstaan zijn vaak onduidelijk. Soms kan OCS ontstaan na een verandering in een leefsituatie, die een toename van stress en verantwoordelijkheid met zich meebrengt (bv. verandering van werk of woonst of in een periode na de geboorte van een kind). Ook is er sprake van een erfelijke bijdrage aan het ontstaan van OCS.
Behandeling

Als je bij jezelf het vermoeden hebt van een obsessieve-compulsieve stoornis bespreek je dit best met jouw huisarts. De eerste stap van de behandeling is goed begrijpen wat er aan de hand is: wat is een obsessieve-compulsieve stoornis precies, wat zijn onderhoudende factoren, wat kan eraan gedaan worden, en hoe kan die behandeling eruitzien. Afhankelijk van de ernst en eventuele comorbiditeiten (andere psychiatrische aandoeningen, die tegelijkertijd met OCS voorkomen) kan dan een behandeling ingesteld worden. Hierbij wordt exposure en responspreventie (ERP), een behandelingtechniek binnen de cognitieve gedragstherapie als de gouden standaard gezien. Bij ERP wordt men blootgesteld aan triggers, die obsessies uitlokken (exposure), terwijl compulsies niet uitgevoerd worden (responspreventie) of vermijding doorbroken wordt. Zo leren menen hoe ze hun obsessies kunnen verdragen en hoe spanning terug afneemt, zonder het uitvoeren van de compulsies (responspreventie). Het is dus belangrijk om die onrust, spanning terug te leren verdragen zonder actie te ondernemen. Een voorbeeld van zo’n oefening bij een persoon met smetvrees is het aanraken van een liftknop (exposure), die de obsessie (“ik zal besmet raken”) triggert, waarbij de compulsie (handen wassen) niet wordt uitgevoerd (responspreventie).
Voor deze behandeling (ERP) kan je terecht bij een psycholoog, die cognitief gedragstherapeutisch (= vorm van psychotherapie) is opgeleid en veel ervaring heeft in de behandeling van OCS. Soms is het noodzakelijk dat medicatie wordt opgestart. Vooral medicatie, die impact heeft op de neurotransmitter serotonine blijkt werkzaam te zijn, zoals SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmers) zoals bijvoorbeeld escitalopram, sertraline, fluoxetine, maar ook het tricyclisch antidepressivum clomipramine. Hierbij is het belangrijk om te weten dat een hoge dosis (de hoogst getolereerde dosis) en voldoende duur van inname (minimum 12 weken op de hoogst getolereerde dosis) belangrijke voorwaarden zijn om een effect te kunnen hebben op OCS.
Medicatie kan ook bijwerkingen hebben, al hebben ze dit lang niet bij iedereen. De meeste bijwerkingen verdwijnen ook meestal na de eerste weken. De voornaamste bijwerkingen van SSRI’s zijn moeheid, misselijkheid, gewichtstoename en libidoverlies. De huisarts of psychiater kan deze medicatie opstarten, het effect (= het al dan niet werkzaam zijn van medicatie) en de bijwerkingen opvolgen.
Bij zeer moeilijk behandelbare OCS kan ook transcraniële magnetische stimulatie (TMS) overwogen worden en bij ernstige therapieresistentie kan iemand ook in aanmerking komen voor diepe hersenstimulatie (DBS), maar hiervoor is een inschatting door een psychiater een eerste noodzakelijke stap.
Wij, het OCD Liga Team, hopen echt van harte dat je verlichting mag ervaren van je ocs , dat je omgeving eveneens verlichting heeft en je gelukkig kan zijn!
